
Bij zwangerschappen vanaf 11 weken (13 weken na het begin van de laatste menstruatie) moet de baarmoedermond verder worden opgerekt. Daarna wordt de vrucht met instrumenten verwijderd. Tenslotte worden de resten met een plastic zuigbuisje weggezogen.
Zoals bij een gynaecologisch onderzoek neemt u plaats in de gynaecologische stoel. Bij deze zwangerschapsduur wordt meestal geadviseerd te kiezen voor een roesje (sedatienarcose) waardoor u niets van de behandeling merkt.
Een speculum wordt vaginaal ingebracht, dat maakt de baarmoedermond zichtbaar. De baarmoedermond wordt verwijd en daarna wordt de vrucht met instrumenten verwijderd. Tenslotte worden de resten met een plastic zuigbuisje weggezogen.
De totale ingreep duurt een 15 tot 30 minuten. De arts wordt begeleid door een verpleegkundige. Zij houdt u op de hoogte van wat er zal gebeuren en wat u kunt voelen. Een anesthesioloog of sedationist is verantwoordelijk voor de sedatie.
De pijnervaring is erg wisselend van vrouw tot vrouw. Deze pijn is te vergelijken met een pijnlijke menstruatie, soms wat heviger. Sommige vrouwen ervaren felle krampen, anderen voelen praktisch niets. De meeste vrouwen vloeien niet of weinig direct na de behandeling.
Na de behandeling blijft u nog een halfuur tot een uur in de rustkamer (langer bij een roesje). U krijgt nog enkele adviezen en informatie over de gevolgen van de behandeling, een recept voor antibiotica en leefregels voor de eerste weken. Na een laatste controle door de arts kunt u de kliniek verlaten. Er wordt meteen een afspraak gemaakt voor het controleonderzoek dat drie weken later plaatsvindt. U kunt natuurlijk ook voor deze controle naar uw eigen (huis)arts.
Ongeveer 4 tot 7 dagen na de behandeling kunt u weer wat buikkrampen hebben en er kan wat bloedverlies optreden, vergelijkbaar met een normale menstruatie.